Anoush Dastgir is bondscoach van Afghanistan en trainer bij VV-DUNO in Arnhem. Toen hij op 28-jarige leeftijd aan de slag ging als bondscoach werd hij bovendien de jongste bondscoach ter wereld. Daarvóór kwam Anoush als voetballer zelf ook uit voor het Afghaanse elftal. Momenteel reist hij op en neer naar het buitenland om het nationale voetbalteam van Afghanistan te trainen. Zijn doel is om het elftal klaar te stomen voor de Asian Cup 2023.

Hoe ben je in het voetbal terecht gekomen?

Ik voetbal sinds mijn 12e. Op mijn 14e ben ik gescout door NEC Nijmegen. Hier heb ik vijf jaar gespeeld. Vervolgens heb ik twee jaar bij VV-Venlo gespeeld. Helaas ben ik op mijn 21ste zwaar geblesseerd geraakt aan mijn knie, waardoor ik ondanks meerdere operaties niet meer op hoog niveau kon voetballen. Mijn droom om profvoetballer te worden werd daarmee vernietigd. Ondertussen speelde ik, met halve kracht, zes wedstrijden met het nationale team van Afghanistan. Om bezig te blijven in de voetbalwereld, begon ik op vrij jonge leeftijd met het coachen van jeugdspelers. Bijdragen aan hun ontwikkeling en hun droom om profvoetballer te worden gaf me energie.

Bondscoach worden op 28-jarige leeftijd. Hoe krijg je dat voor elkaar?

Op mijn 26ste mocht ik onverwacht invallen als bondscoach in Tajikistan. Dat ging verrassend goed, waarna ik het team versterkte als coach-assistent. Twee jaar later tekende ik mijn eerste contract als bondscoach van Afghanistan, wat mij de jongste bondscoach ter wereld maakte.

Wat mogen we de komende tijd verwachten van het Afghaanse voetbalteam?

Het Afghaanse nationale team maakt sinds 10 jaar in stroomversnelling een enorme ontwikkeling door. Ons doel is om het team voor het eerst in de geschiedenis te plaatsen voor de Asian Cup 2023 in China.

Anoush als Afghaans international tijdens een wedstrijd tegen Japan in Tehran

Naast je rol als bondscoach van Afghanistan coach je een Nederlands team. Wat valt jou op tussen de twee?

Er zijn verschillen in cultuur en in de manier van spelen, maar ook in weeromstandigheden. Azië heeft namelijk een warm klimaat en helaas is er niet altijd voldoende tijd om aan de nieuwe omgeving te wennen. Ook merk ik een verschil in de beschikbaarheid van kwalitatieve spelers. In Nederland zijn mensen op vrij jonge leeftijd bezig met voetballen. Hier heb je ook veel meer professionals op het gebied van voetbal dan in Afghanistan, waar mensen wegens oorlog de kans niet kregen om zich te ontwikkelen. Wegens de veiligheid spelen we onze thuiswedstrijden ook niet in Afghanistan maar in Tadzjikistan. Daarnaast zijn er ook verschillen in belangen. Als bondscoach van het nationale team is de druk erg hoog: 35 miljoen mensen verwachten een overwinning, terwijl het in mijn trainersbaan in Nederland om zo’n 500 fans gaat.

Waar ben je het meest trots op?

Dat ik van mijn passie mijn werk heb gemaakt. En dat ik een enorme bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van mijn land op het gebied van sport.

Met welke bril kijk je naar het EK?

Over het algemeen kijk ik naar voetbal vanuit mijn positie als coach. Terwijl ik kijk probeer ik er veel van te leren, nieuwe ideeën op te doen en die toe te passen in mijn aanpak. Echter, het EK en het WK kijk ik puur als supporter. Ik heb altijd het Nederlandse elftal gesteund. Niet alleen omdat ik in Nederland mezelf heb mogen ontwikkelen en heb kunnen spelen, maar omdat ik hier uiteindelijk ook de kans heb gecreëerd om de jongste bondscoach ter wereld te zijn.

Wat is je favoriete quote of verhaal?

Ik zeg altijd: Ik heb geen verleden. Alles wat ik heb is een toekomst. Wat ik hiermee bedoel is dat ik als voetballer geen naam heb kunnen maken door mijn knieblessure, wat betekent dat ik geen groot verleden heb. Het enige wat ik heb is een toekomst. Een topcoach worden is namelijk mijn toekomst.